15/ 16 start ik anders

BlimageDe uitnodiging van Ronald Heidanus om mee te doen aan de BLIMAGE opdrachten van Frans Droog (een beetje name dropping kan geen kwaad en ere wie ere toekomt) is een prima gelegenheid om mijn blog weer eens wat leven in te blazen. Niet dat ik gestopt ben met schrijven, ik schrijf me bijkans een muisarm en tenniselleboog…..

Aan het begin van schooljaar 14/ 15 hield ik op mijn nieuwe school kennismakingsgesprekken met de teamleden. Een prima manier om een beetje te proeven wat er onder het team leeft. En een mooie vorm om ook om aan het begin van een gezamenlijke reis een indruk te geven van hoe jezelf in het onderwijs staat. Al was het maar door de vragen die je stelt.

Hoe zou een succesvol schooljaar er voor hen uit zien, waarvan ze genoten ze zo vlak voor de zomervakantie, tegen het eind van dit schooljaar? Ik wilde weten wat zij dachten dat de school van hen verwacht? Waarop willen ze aanspreekbaar zijn? Als laatste vroeg ik waarin,  waarmee ik hen zou kunnen ondersteunen, zodat zij als leerkracht op  optimaal uit de verf kwamen. Een van de leerkrachten was zeer stellig tijdens het gesprek: “ Als schoolleider, als directeur moet je op de hoogte zijn van de persoonlijke wereld van de leerkracht! Als je ze werkelijk wil ondersteunen!”  Mijn eerste interne reactie was er een van: Ja hallo, ik weet best dat de context van de leerkracht een belangrijke is. Maar hoe verhoudt die zich tot de context van de school, tot die van de leerlingen? Blijkbaar raakte haar stelligheid een snaar.

Een maand voor de zomervakantie was ik, met een deel van het team, op het bruiloftsfeest van een van mijn leerkrachten. Hoewel ik niet persoonlijk was uitgenodigd, er viel een kaart op de mat van de hoofdlocatie, voelde ik me verplicht om te gaan. Ik kan best een lekker potje dansen en zing als de beste, drink makkelijk een biertje, houd van een praatje, kijk graag naar mensen, dus ik zou die avond sowieso goed doorkomen.

Na mijn felicitaties aan de bruid en bruidegom schoof ik, voor ik het wist, aan bij de ouders van de bruid. En Bamm, ik zat midden in de persoonlijke wereld van de leerkracht. Sterker nog, ik was aanwezig bij een Life Changing Event. En jongens geloof me, aan het eind van de avond was ik onroerd, oprecht geraakt. Ik zag de bruid stralen van geluk, ik zag haar in tranen, ik zag haar vrienden en familie genieten. Ik zag de lol en het plezier van haar collega’s op de dansvloer.

15/ 16 start ik anders.

Advertenties

Burgerschap

Elke week schrijf ik voor mijn teamleden een VrijdagFocus. Een soort interne nieuwsbrief. Mijn column in die VrijdagFocus geeft mij de mogelijkheid om alle onderwerpen aan te snijden die ik waardevol vind voor fantastisch onderwijs.

De column van deze week:

Europa werd deze week opgeschrikt door een extreem laffe aanval op onze vrijheid van meningsuiting. Een mes in het hart van onze democratie. Ik ben er van overtuigd dat we overleven!

In Nederland reageerde iedereen vanuit zijn of haar rol. Er werd gediscussieerd, er werden dialogen gevoerd, er werden zinnige dingen gezegd, er werden onzinnige dingen gezegd. Onze eigen burgemeester reageerde, naar eigen zeggen, als een woedende moslim: “Vind je hier niet je plek, rot dan toch op.” Dat deed veel mensen goed en weer anderen namen aanstoot aan het feit dat hij zichzelf uitsprak als woedende moslim. Waarom niet als Rotterdammer, Nederlander, mens?
Op het internet, binnen mijn netwerk, viel men over elkaar heen omdat de ene school er wel aandacht aan had besteed met de leerlingen en andere scholen juist weer niet. Stichting Boor vroeg ons om onze leerlingen niet te laten reageren op mogelijke vragen vanuit het Jeugdjournaal. Ook dat leverde vragen op binnen het scholenveld: “Waarom niet? Het Jeugdjournaal is toch integer?”

Een dergelijke extreme daad kan leiden tot verwarring, verharding en polarisering, met alle gevolgen van dien.

Fantastisch onderwijs kan daar een prima medicijn tegen zijn. Daar ligt onze kracht. En ik weet dat wij elke dag vanuit onze kracht De Globe binnenstappen. Wij dragen er toe bij dat onze democratie overleeft. Dat is onze taak, dat is onze opdracht.

Han

Een nieuwe normaliteit

Startte 1 september van dit jaar op een nieuwe school in Rotterdam-Zuid, Tarwewijk. Het eerste wat men vroeg toen ik een Twitter account voor de school opperde, was: “Wat ga je daar dan op zetten?” Men was naar verluid geschrokken van wat tweets die circuleren op mijn persoonlijke account. Na een klassenobservatie tijdens een interimklus twitterde ik: ‘Laat ik het houden op interessant. Kinderen doen fantastisch hun best voor de leerkracht.’ Achteraf gezien was dit wellicht op het randje, hoewel er geen namen zijn genoemd, geen foto’s zijn geplaatst. Het leverde op de nieuwe school in ieder geval de start van een gesprek op. Wat wil je communiceren als school? Hoe komt jouw communicatie over? Het feit dat daar over na wordt gedacht, vind ik heb begin van mediawijsheid.

In tegenstelling tot wat hun ouders en leerkrachten in hun vroege jeugd leerden, verschaffen onze leerlingen zich nu op een totaal andere manier toegang tot de wereld. De verschillende media lijken voor hen gesneden koek. Mijn eigen dochter sprak mij onlangs nog aan met: Papa, nu ik steeds vaker jouw Ipad gebruik, lijkt het me ook handig om er Topomania op te zetten. Is nog geen € 2,- Wat is je wachtwoord? Dit alles terwijl ze in haar favoriete magazine bladert en een televisieprogramma volgt. Nee, ze heeft nog geen smartphone en ja, ze speelt meer dan gemiddeld buiten.

Waar het om gaat is dat mijn dochter en onze leerlingen toegang hebben tot oneindig veel informatie en weten hoe die informatie te bemachtigen, te bewerken, te verspreiden. Misschien wel slimmer en sneller dan wij en veel van uw leerkrachten kunnen. Dat lijkt vervelend, maar er is hoop!

Want die snelle, slimme leerlingen van ons hebben op dit moment niet persé de vaardigheden of de kritische houding om na te denken over de inhoud van de informatie die ze over zich uit laten storten. ‘Wat wordt hier nu verteld? Klopt het? Hoe kom ik dat dan te weten? Wat betekent dit voor mij?’

Daar komen onze leerkrachten om de hoek kijken. Willen onze leerlingen werkelijk de kracht en de potentie van nieuwe technologie en multimedia volledig kunnen benutten, zullen zij hen de tools moeten verschaffen om uit te groeien tot competente en creatieve gebruikers.

Dat begint al in groep 1! Ik heb afgelopen maanden een aantal heerlijke begrijpend luisteren lessen gezien bij de kleuters. De juf focuste actief op het aanboren van nieuwsgierigheid en op begrip door hardop het denkproces, dat bij haar leerlingen op gang moet komen, te modelen. Begrijpend luisteren wordt denkend luisteren, kritisch luisteren en na zo’n 8 jaar basisonderwijs verwacht je dat er dan een basis ligt van kritisch denken. Ik hoor mijn dochter van 10 regelmatig, tijdens de reclame boodschappen, hardop vragen: “Zou dat waar zijn?” Mijn oudsten weten allang dat je belazerd wordt door de sterboodschappen. De uitdaging voor hen is te onderzoeken hoe ze zich moeten verhouden tot alle media als producent van informatie. Mijn zoon moest ik wijzen op zijn taalgebruik op Twitter en Facebook. Los nog van de inhoud van zijn boodschap (hij is trouwens nu wel zo mediawijs, dat hij wil lezen wat ik over hem schrijf).

Onze leerkrachten hebben de ethiek, de intellectuele bagage, de vaardigheden en de kritische houding die nodig is om onze leerlingen te leren hoe ze zich moeten verhouden tot de nieuwe technologie en de multimedia. Dat is de brug waarover ze de leerlingen, die veel slimmer zijn met al dat digitale spul dan zij, kunnen bereiken. Natuurlijk kun je als school mediawijsheid als apart vak onderwijzen. Dat kost echter tijd. Integreer het met andere lessen. Je moet streven naar nieuwe normaliteit. Gewoon de bestaande structuur gebruiken om een andere kant op te laten groeien. En volgens mij is dat ook precies wat er vandaag de dag gebeurt. Vind het dan ook vanzelfsprekend dat bij de viering van 25 jaar Rechten van het kind, men aandacht besteedt aan het recht op mediawijsheid.

Andere weg

Het is een interessante periode geweest tussen juni 2012 en juni 2014. Niet zonder reden meer beleefd dan beschreven. Ik stop met dit blog en sla een andere weg in op openruimte.wordpress.com

Plafonds

-Bestaat er een plafond?- is een terugkerende vraag binnen het onderwijs. 

Volgens mij bestaat er alleen maar een plafond als we dat zelf aanleggen. Natuurlijk leveren onze leerlingen interessante uitdagingen op. De belangrijkste uitdaging vind ik dat wij onze kinderen het geloof in de eigen ‘veranderbaarheid’ moeten bijbrengen. Elk kind, op elk niveau is in staat om te leren. Reken maar dat het wonderen doet voor je zelfvertrouwen, als je merkt dat je inderdaad iets nieuws kunt of weet. Iets waar je voorheen geen idee van had.

Een andere interessante uitdaging is het leren omgaan met fouten. Want waar geleerd wordt, moeten fouten worden gemaakt. Dat is vaak de enige echte manier om te leren. Dit principe bevalt me zo goed, dat ik regelmatig   fouten maak.

Als een kind fouten durft te maken, durft te onderzoeken, durft uit te proberen, dan zet het flinke stappen. Daarom roep ik elk kind, maar ook elke volwassenen op: ‘Maak fouten‘. Worden we met elkaar alleen maar sterker van. 

En toch begint het daar binnen het onderwijs voor mij te wringen. Volwassenen die fouten maken. Die fouten blijven maken. Ligt daar een plafond? Leerkrachten die klassen verknallen. Hoe lang mag dat dan doorgaan? Hoe groot is je ‘veranderbaarheid’ na 20 jaar voor de klas?

Kinderen hebben maar eenmaal de kans om de basisschool of de speciale basisschool te doorlopen.

Dat legt een enorme druk op de grote groep leerkrachten die zich dat elke dag realiseert en elke dag weer de randvoorwaarden schept die er toe bijdragen dat leerlingen geen plafond opmerken en toch bezig zijn in de zone van hun naaste ontwikkeling. 

Die helden en heldinnen halen alles uit zichzelf en leren kinderen veel uit zichzelf te halen. 

 

 

Verbinden

Passend onderwijs lijkt in Nederland een feit. Ik zie er alleen in de praktijk nog niet veel van terug. Uit onderzoek binnen onze stichting blijkt:

  • Er zijn vrijwel geen basisscholen die cluster 1 of 2 leerlingen onderwijs bieden.
  • Enkele scholen bieden wel onderwijs aan cluster 3 leerlingen (kinderen in een rolstoel of kinderen met Syndroom van Down), maar daar zijn ze zich niet op aan het profileren.
  • Een aantal scholen zegt zich te ontwikkelen op het vlak van kinderen met ASS of ADHD.
  • Het VO is vooral bezig zich te ontwikkelen op de vlakken hoogbegaafdheid, “laagbegaafdheid” en op gedrag.

En ze merken allemaal dat de samenwerking met de zorg (BJZ, CJG, etc.) moeizaam gaat.

Door dit alles heen speelt overigens nog de ontwikkeling dat er op landelijk niveau heel sterk nagedacht wordt over een ontvlechting van SO en VSO – net als in het reguliere onderwijs.
Voldoende stof tot nadenken, dacht ik zo.

Sinds begin februari loop ik rond op een school voor speciaal onderwijs, cluster 3. Een geweldige ervaring voor iemand die slechts het regulier onderwijs van binnen kent. 
In drie weken zie je veel. Ik begrijp best dat het regulier onderwijs, met zijn klassen van 25 tot 32 leerlingen, het op dit moment lastig vindt om structureel onderwijs te geven aan leerlingen die nu hun plek vinden binnen het speciaal onderwijs. En wat zou het een boost geven aan ons onderwijs als we het wel deden! Dat gaat verder dan het verbinden van alle aanwezige kennis en kunnen binnen het regulier en het speciaal onderwijs.

Vrijdag 1 februari start ik als interim op de SO afdeling van de A. van Voorthuysenschool. De opdracht is helder: een boost geven aan de professionele cultuur.